ECLI:NL:RVS:2024:1867
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 13 mei 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde op 11 januari 2024 het beroep van de vreemdeling tegen het voortduren van deze maatregel gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.
De Afdeling oordeelde dat geen sprake was van schending van hoor en wederhoor of een ander procesrechtelijk gebrek. De inhoudelijke bezwaren van de staatssecretaris betroffen het oordeel van de rechtbank en konden het appelverbod niet doorbreken. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.