ECLI:NL:RVS:2024:1862
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 maart 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 (ECLI:EU:C:2024:195) over het interstatelijk vertrouwensbeginsel, en dat deze voorlopige voorzieningprocedure zich niet leent voor dat onderzoek. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen om te voorkomen dat de vreemdeling wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 2 mei 2024.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.