ECLI:NL:RVS:2024:1853
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 januari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 maart 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de staatssecretaris het besluit onzorgvuldig had voorbereid. Dit gebrek werd door de rechtbank onbestreden gepasseerd op grond van artikel 6:22 van Pro de Awb. De rechtbank had echter een proceskostenvergoeding moeten toekennen aan de vreemdeling, wat zij naliet.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de proceskostenvergoeding betrof, en bevestigde de rest van de uitspraak. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,00.