ECLI:NL:RVS:2024:1805
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 februari 2024 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 16 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat het geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, waarbij wordt opgemerkt dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 29 april 2024 in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.