ECLI:NL:RVS:2024:1756
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.C.A. de Poorter
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling door de vreemdeling te vroeg was gedaan, namelijk iets meer dan drie maanden na indiening van de aanvraag.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar het hoger beroep leidde niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht niet aan de inhoud van het betoog was toegekomen, omdat de ingebrekestelling prematuur was. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.