ECLI:NL:RVS:2024:1755

Raad van State

Datum uitspraak
26 april 2024
Publicatiedatum
26 april 2024
Zaaknummer
202401828/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 juli 2023 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd.

De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2024 het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaarde.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich echter niet inhoudelijk tegen de uitspraak van de rechtbank, noch bevatte het een gemotiveerde betwisting van de uitspraak.

Daarom oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en wees het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van H.G. Sevenster op 26 april 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

202401828/1/V3.
Datum uitspraak: 26 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 februari 2024 in zaak nr. NL23.23136 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit, niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M. van Daalhuizen, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2024
644