ECLI:NL:RVS:2024:1630
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- M. Soffers
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten ondanks persoonlijke omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk trok bij besluit van 20 februari 2020 de omgevingsvergunning voor diverse bouwactiviteiten op een perceel in zijn geheel in. Appellant betwistte onder meer dat het gehele besluit was ingetrokken, dat hij onvoldoende voorbereidingstijd had voor de zitting, en dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht was, behalve voor de rundveestal. Het college herzag daarop het besluit deels. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het college de vergunning redelijkerwijs mocht intrekken, ook gelet op het ontbreken van concrete plannen en het ruime tijdsverloop sinds onherroepelijkheid van de vergunning.
Verder faalden de betogen over schending van de goede procesorde, het vertrouwensbeginsel en vooringenomenheid. De Afdeling wijst ook het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af, maar veroordeelt het college tot een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De intrekking van de omgevingsvergunning wordt bevestigd, met uitzondering van de rundveestal, en het college wordt veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.