ECLI:NL:RVS:2024:1589
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting CBR tot onderzoek rijgeschiktheid na politieobservaties
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft appellant bij besluit van 10 mei 2022 verplicht medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit volgde op een mededeling van de politie Midden-Nederland, die op 10 maart 2022 een mutatierapport opstelde waarin werd vastgesteld dat appellant onveilig en slingerend reed, langzaam optrok en niet binnen zijn rijbaan bleef.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het CBR op 2 september 2022 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Midden-Nederland bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 29 december 2022, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het CBR terecht het mutatierapport als grondslag heeft genomen en dat het vermoeden van onvoldoende rijgeschiktheid gegrond is. Het rapport bevatte voldoende gedetailleerde en consistente informatie, en er waren geen alternatieve verklaringen voor het rijgedrag van appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek rijgeschiktheid bevestigd.