ECLI:NL:RVS:2024:1576
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvragen na verstreken overdrachtstermijn
Bij besluiten van 12 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde het daartegen ingestelde beroep op 17 oktober 2022 ongegrond. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure erkende de staatssecretaris op 4 januari 2024 dat de overdrachtstermijn, zoals bedoeld in het EU-recht, op 20 oktober 2022 was verstreken. Dit volgde uit een arrest van het Hof van Justitie van 30 maart 2023 en eerdere uitspraken van de Afdeling. De staatssecretaris gaf aan de vreemdelingen daarom op te nemen in de nationale asielprocedure, waardoor er geen onduidelijkheid meer bestaat over de verantwoordelijke lidstaat.
Gezien deze ontwikkelingen hebben de vreemdelingen geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en ging niet in op het recente arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 over het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de overdrachtstermijn is verstreken en de vreemdelingen zijn opgenomen in de nationale asielprocedure.