ECLI:NL:RVS:2024:1573
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verstreken overdrachtstermijn in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 augustus 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 1 september 2022 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris nadere schriftelijke inlichtingen en erkende dat de overdrachtstermijn, relevant voor de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, op 8 oktober 2022 was verstreken. Dit volgde uit het arrest van het Hof van Justitie van 30 maart 2023 en eerdere uitspraken van de Afdeling. Hierdoor is onduidelijkheid over de verantwoordelijke lidstaat komen te vervallen en is de vreemdeling opgenomen in de nationale asielprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak ziet daarom geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en wijst ook een verzoek van de staatssecretaris af om het belang alsnog aan te nemen om in te kunnen gaan op een recent arrest van het Hof van Justitie. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de overdrachtstermijn is verstreken en de vreemdeling is opgenomen in de nationale asielprocedure.