ECLI:NL:RVS:2024:1519
Raad van State
- Wraking
- P.H.A. Knol
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van de Raad van State buiten behandeling gelaten
Op 29 maart 2024 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de Raad van State en specifiek tegen staatsraad H. Benek, die belast was met de behandeling van zaak nr. 202400405/2/A2. Verzoeker stelde dat meerdere organisaties, waaronder de Raad van State, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en rechtsbeginselen hadden geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022. Geconstateerd werd dat op 28 maart 2024 al een einduitspraak in de hoofdzaak was gedaan, waarbij het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Verder bleek het verzoek geen betrekking te hebben op het lid van de Afdeling dat de zaak behandelde, noch werden concrete feiten of omstandigheden genoemd die de onpartijdigheid van de staatsraad konden aantasten. Het verzoek richtte zich bovendien tegen meerdere organisaties en het gehele college, hetgeen volgens vaste rechtspraak niet als grond voor wraking kan dienen.
Daarom heeft de Afdeling het wrakingsverzoek buiten behandeling gelaten. Verzoeker staat het vrij om tegen de niet-ontvankelijkheidsuitspraak verzet te doen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gelaten wegens niet-ontvankelijkheid en gebrek aan concrete wrakingsgronden.