ECLI:NL:RVS:2024:1421

Raad van State

Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
202401180/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 AwbArt. 3 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw werd afgewezen. Eerder had de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.

De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit aangegeven geen gebruik te zullen maken van de uitzettingsbevoegdheid naar El Salvador, omdat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling die verboden is op grond van artikel 3 EVRM Pro. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen grond om het besluit te schorsen of te vernietigen.

Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems op 4 april 2024.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling krijgt geen rechtmatig verblijf en opvang toegewezen gedurende het hoger beroep.

Uitspraak

202401180/2/V1.
Datum uitspraak: 4 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 februari 2024 in zaak nr. NL23.37624 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 november 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.
Bij uitspraak van 16 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de staatssecretaris op te dragen hem rechtmatig verblijf en opvang te verlenen totdat op het hoger beroep is beslist.
2.       De staatssecretaris heeft in het besluit van 24 november 2023, waarvan het voornemen daartoe van 2 oktober 2023 deel uitmaakt, te kennen gegeven dat hij geen gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om de vreemdeling uit te zetten naar El Salvador, omdat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat juist hij bij terugkeer naar El Salvador onder de huidige omstandigheden een reëel risico loopt op ernstige schade als gevolg van een door artikel 3 van Pro het EVRM verboden behandeling. Nu er verder op dit moment geen grond is om aan te nemen dat het besluit van 24 november 2023 zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2024
210