ECLI:NL:RVS:2024:1402
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve wijziging exploitatievergunning raamprostitutiebedrijf met voorschrift bedrijfsadministratie
De zaak betreft een hoger beroep van een exploitant van een raamprostitutiebedrijf tegen een ambtshalve wijziging van haar exploitatievergunning door de burgemeester van Amsterdam. De wijziging betreft een voorschrift dat exploitanten verplicht een bedrijfsadministratie te voeren zonder tot de persoon herleidbare gegevens, waaronder verslagen van intake- en vervolggesprekken met sekswerkers.
De exploitant betoogde dat dit voorschrift onevenredig en onredelijk bezwarend is, met name voor kleine ondernemingen, en onvoldoende gemotiveerd is door de burgemeester. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste dit aan het vrije verkeer van diensten onder de Dienstenrichtlijn en het VWEU.
De Afdeling oordeelde dat het voorschrift een gerechtvaardigde beperking vormt ter voorkoming van mensenhandel en uitbuiting, een dwingende reden van algemeen belang. Het voorschrift is geschikt, noodzakelijk en niet verdergaand dan nodig, mede omdat geen persoonsgegevens worden opgenomen en de gespreksverslagen slechts beperkt worden opgevraagd.
De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam dat het besluit van de burgemeester rechtmatig is. De exploitant hoeft geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; ambtshalve wijziging exploitatievergunning met voorschrift bedrijfsadministratie bevestigd.