ECLI:NL:RVS:2024:1237
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verklaring omtrent gedrag na weigering minister
De minister voor Rechtsbescherming wees op 1 maart 2023 de aanvraag van verzoeker voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) af vanwege een recente strafrechtelijke veroordeling. Verzoeker, die zijn studie rechten heeft afgerond en advocaat wil worden, stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna verzoeker hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening zodat hij tot de uitspraak in het hoger beroep over een VOG kan beschikken, met het oog op zijn geplande beroepsopleiding en mogelijke werkzaamheden in de toeslagaffaire. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het spoedeisend belang ontbrak, omdat verzoeker zonder VOG ook andere juridische functies kan vervullen en geen financiële noodsituatie bestaat.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.