ECLI:NL:RVS:2024:119
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot vergoeding proceskosten bestuursrechtelijke procedure wegens beroepsmatige rechtsbijstand
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde aan appellant een last onder dwangsom op om zonder omgevingsvergunning opgerichte bouwwerken te verwijderen. Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de erf- en perceelafscheiding betrof, maar wees een proceskostenvergoeding toe aan appellant niet toe omdat zij oordeelde dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend.
In hoger beroep betoogde appellant dat de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleende, wat door de Afdeling werd bevestigd aan de hand van eerdere jurisprudentie. Hierdoor kwam appellant recht op vergoeding van proceskosten toe. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief het griffierecht.
De Afdeling benadrukte dat het verlenen van rechtsbijstand door de gemachtigde een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening, en daarmee onder het Besluit proceskosten bestuursrecht valt. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toekenning van proceskosten bij bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor bezwaar, beroep en hoger beroep wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand.