ECLI:NL:RVS:2024:1163
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning voor recreatiewoning in niet-vrijstaand bijgebouw te Zandvoort
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort verleende op 16 april 2020 een omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als recreatiewoning, ondanks dat het bijgebouw niet vrijstaand is. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit wegens vrees voor overlast en stelde dat het besluit in strijd was met het toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties, dat vereist dat recreatiewoningen in vrijstaande bijgebouwen moeten zijn.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het beleid duidelijk voorschrijft dat recreatiewoningen alleen in vrijstaande bijgebouwen mogen worden toegestaan. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat ook niet-vrijstaande bijgebouwen mogelijk waren, mede omdat het beleid het begrip 'vrijstaand' consequent hanteert en definieert als losstaand van andere bebouwing.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 8 september 2021 waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard, en stelde het college van B&W Zandvoort in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen binnen twaalf weken. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte beleidsinterpretatie en motivering bij vergunningverlening in strijd met bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties en het college moet een nieuw besluit nemen.