ECLI:NL:RVS:2024:1038
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging inburgeringstermijn wegens onvoldoende medische gronden
De minister wees het verzoek van appellante om verlenging van haar inburgeringstermijn af vanwege het ontbreken van voldoende medische gegevens die een verlenging rechtvaardigen. Appellante had een medische machtiging ingediend met klachten zoals depressie, middenoorziekte, duizeligheid en hoofdpijn door Covid, maar het medisch advies van Argonaut concludeerde dat er geen reden was voor verlenging.
De rechtbank oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig was opgesteld en dat appellante onvoldoende medische gegevens had overlegd die aantonen dat zij gedurende drie aaneengesloten maanden niet in staat was om onderwijs te volgen. In hoger beroep leverde appellante aanvullende medische stukken aan, maar ook het daaropvolgende medisch advies van Argonaut bevestigde dat deze stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Raad van State bevestigde dat het bestuursorgaan terecht op het deskundigenadvies mocht afgaan, omdat dit op zorgvuldige wijze tot stand was gekomen en de redenering begrijpelijk was. Het verzoek om ontheffing van de inburgeringsplicht kon in deze procedure niet worden beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn wegens onvoldoende medische gronden.