ECLI:NL:RVS:2023:931
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bijgebouw wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw op het perceel van appellant in Rijpwetering. Na bezwaar van derden werd dit besluit herroepen en de vergunning geweigerd omdat het bouwwerk een zelfstandig bedrijfsgebouw betrof, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Wonen - 2". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat het gebruik van het bijgebouw voor opslag van timmermateriaal en bedrijfsactiviteiten niet binnen de woonbestemming valt.
Appellant stelde in hoger beroep dat het gebruik voor bedrijfsdoeleinden beperkt is en dat het bijgebouw vooral voor woondoeleinden bedoeld is, met slechts een geringe opslag van materialen. Tevens voerde hij aan dat het college hem had moeten toestaan de aanvraag aan te passen. De Raad van State oordeelde dat het college terecht uitging van het aangevraagde gebruik zoals vermeld op het aanvraagformulier, inclusief 43 m2 voor industrie, en dat een wijziging van de aanvraag niet ondergeschikt zou zijn maar een nieuwe aanvraag zou vereisen.
De Raad van State bevestigde dat het bijgebouw als zelfstandig bouwwerk niet valt onder een aan huis verbonden beroep en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Nieuwe gronden die appellant na de beroepstermijn indiende, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.