ECLI:NL:RVS:2023:860
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 2 oktober 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 december 2022 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de vreemdeling één van zes reisgenoten is die in een gelijktijdige zaak werden behandeld (ECLI:NL:RVS:2023:789). De argumenten van de staatssecretaris in dit hoger beroep waren gelijk aan die in de andere zaak.
De Afdeling verwierp de grieven van de staatssecretaris en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd verwezen naar de reeds genomen beslissing over de proceskostenvergoeding in een gerelateerde zaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bleef van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.