ECLI:NL:RVS:2023:730
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef van politie trok op 16 april 2020 de toestemming in voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten bij twee bedrijven, vanwege een aangifte huiselijk geweld die het Openbaar Ministerie in behandeling had genomen. Hoewel het OM de zaak op 11 juni 2020 sepotte onder voorwaarden, waaronder een proeftijd van twee jaar en betaling van een schadevergoeding, vond de korpschef de betrouwbaarheid van appellant niet boven iedere twijfel verheven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook het hoger beroep bij de Raad van State werd afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de korpschef ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het toetsen van betrouwbaarheid, waarbij hogere eisen gelden voor beveiligingsmedewerkers. De keuze van het OM voor een beleidssepot betekent niet dat geen serieuze verdenking bestaat. De processen-verbaal rondom het incident op 11 januari 2020 rechtvaardigen het standpunt dat appellant onvoldoende betrouwbaar is, mede gezien de hoge mate van zelfbeheersing die van beveiligers wordt verwacht.
Appellant voerde aan dat hij uit zelfverdediging handelde en dat er geen ernstige aantasting van de rechtsorde was, maar dit werd verworpen. Ook het betoog dat sprake zou zijn van détournement de pouvoir en bevooroordeeldheid faalde, omdat de korpschef zijn wettelijke taak als toezichthouder op de veiligheidszorg niet heeft vermengd met andere taken. De belangenafweging waarbij het maatschappelijk belang van betrouwbare veiligheidszorg prevaleert boven de belangen van appellant werd bevestigd.
De Raad van State bevestigde daarmee het besluit van de korpschef en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af zonder proceskosten toe te kennen. Eventuele positieve ontwikkelingen kunnen bij een nieuwe aanvraag worden meegewogen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.