ECLI:NL:RVS:2023:723
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake weigering persoonsgegevensverwijdering wegens legitimatie
Appellant verzocht op grond van de AVG om verwijdering van zijn persoonsgegevens door de gemeente Dordrecht. Het college weigerde dit verzoek in behandeling te nemen omdat appellant zich niet persoonlijk had gelegitimeerd binnen de gestelde termijn.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde kopie van het paspoort voldoende was voor identificatie en vernietigde het besluit van het college. Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarop appellant zich kon verenigen, waardoor het beroep van rechtswege als ingetrokken moest worden beschouwd.
Appellant stelde in hoger beroep dat de redelijke termijn was overschreden en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de termijn was verlengd. De Raad van State overwoog dat de duur van de bezwaar- en beroepsfase niet onredelijk was gezien bijzondere omstandigheden, waaronder coronamaatregelen en het gedrag van appellant zelf, die de voortgang van de procedure belemmerden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.