ECLI:NL:RVS:2023:605
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake openbaarmaking documenten winkeltijdenbeleid Veenendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal heeft op verzoek van appellant documenten openbaar gemaakt over het beleid betreffende winkeltijden en evenementen op zondag in de jaren 2014-2017. Appellant betwistte de volledigheid van de openbaarmaking en stelde beroep in tegen besluiten van het college. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep gegrond en vernietigde delen van het besluit van 1 september 2020, onder meer vanwege onvoldoende zoekslag in privé-mailboxen van ambtenaren en bestuurders en weigering van openbaarmaking van diverse documenten.
Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, evenals appellant incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het college terecht de weigeringsgronden uit de Wob toepaste en dat de zoekslag naar documenten voldoende was uitgevoerd. De Afdeling verwierp het standpunt van het college dat de concept-motie niet onder de Wob valt en bevestigde dat deze onder het college berust en een bestuurlijke aangelegenheid betreft.
Appellant voerde aan dat de zoekslag onvoldoende was en dat namen en gegevens ten onrechte waren weggelakt, evenals dat de concept-motie ten onrechte niet openbaar was gemaakt. De Afdeling oordeelde dat het college de persoonsgegevens terecht heeft afgeschermd en dat openbaarmaking van de concept-motie onevenredig nadeel zou opleveren voor het betrokken raadslid en de raadspartij. Het hoger beroep van het college en het beroep van appellant tegen het besluit van 12 april 2022 werden ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant en legde griffierecht op. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en benadrukt de zorgvuldige toepassing van de Wob en de belangenafweging bij openbaarmaking van documenten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 12 april 2022 ongegrond.