ECLI:NL:RVS:2023:547
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 januari 2023 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht de oordelen uit de eerste asielprocedure als uitgangspunt heeft genomen, conform eerdere jurisprudentie. De overige grieven van de vreemdeling bevatten geen nieuwe vragen die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin van belang zijn, zodat verdere motivering niet nodig is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.