ECLI:NL:RBDHA:2023:2095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid nieuwe incidenten in Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege een voorhuwelijkse relatie met een vrouw uit de Koerdische Autonome Regio en de dreiging van haar machtige vader, nieuwe incidenten in Irak heeft ondervonden die zijn veiligheid bedreigen.
Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de nieuwe incidenten onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. Eiser overwoog nieuwe documenten en verklaringen, waaronder een strafrechtdossier, verklaringen van een advocaat, foto's van verwondingen en verklaringen van buurtbewoners. De rechtbank oordeelde dat deze stukken onvoldoende bewijswaarde hadden en dat eiser onvoldoende concreet had verklaard over de incidenten.
De rechtbank bevestigde dat de eerdere afwijzing van de eerste asielaanvraag onherroepelijk was en dat de nieuwe incidenten geen ander licht wierpen op het eerdere oordeel. Ook het beroep op psychische problemen en risico op eerwraak werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod bleef onbesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag als kennelijk ongegrond.