ECLI:NL:RVS:2023:4757
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging boete voor illegale tewerkstelling in schoonheidssalon
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €4.000 op aan een schoonheidssalon wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Inspecteurs troffen op 3 mei 2019 een Braziliaanse vreemdeling aan die werkzaamheden verrichtte zonder de vereiste vergunning. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de boete vast op €2.700 vanwege grove schuld en overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep betoogde de salon dat de schriftelijke verklaring van de eigenaresse, die ontlastend bewijs bevatte, ten onrechte minder gewicht kreeg dan het boeterapport. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het boeterapport, op ambtsbelofte opgemaakt, in beginsel juist is en dat de schriftelijke verklaring niet dezelfde waarde heeft omdat deze niet onder ambtsbelofte is afgelegd. Verder werd geoordeeld dat de werkzaamheden van de vreemdeling binnen de normale bedrijfsvoering vielen en dat de boete terecht werd opgelegd.
De Afdeling verwierp ook het argument dat de minister had moeten volstaan met een waarschuwing, omdat de situatie niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 12 van Pro de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2017. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €2.700 wegens illegale tewerkstelling.