ECLI:NL:RVS:2023:4622
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring voor alleenstaande moeder wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Het college van burgemeester en wethouders van Delft wees de aanvraag van een alleenstaande moeder van drie minderjarige kinderen om een urgentieverklaring af op grond van de Huisvestingsverordening Delft 2019. De vrouw was gescheiden vanwege huiselijk geweld en woonde tijdelijk bij haar ouders, maar het college vond geen acute onveiligheid en stelde dat zij haar huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon oplossen zonder urgentieverklaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vrouw ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht de algemene weigeringsgronden toepaste, met name dat er geen urgent huisvestingsprobleem is en dat de vrouw onvoldoende had gereageerd op het woningaanbod.
De vrouw voerde aan dat het college onvoldoende rekening hield met de intimidatie door haar ex-partner en diens familie, maar de Afdeling vond dat het college en de rechtbank dit juist hadden beoordeeld binnen de beleidsregels. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat niet aannemelijk was dat een urgentieverklaring de situatie zou oplossen.
De Afdeling benadrukte dat het urgentiesysteem niet bedoeld is voor situaties waarin niet alle voorliggende maatregelen zijn benut. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.