ECLI:NL:RVS:2023:4566
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep wegens ontbrekende rechtsmiddelenverwijzing
Het beroep betreft de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Ede, waarbij het administratief beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het bestreden besluit van 12 juli 2023 geen rechtsmiddelenverwijzing bevat die voldoet aan artikel 3:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Deze wettelijke bepaling vereist dat in een besluit duidelijk wordt vermeld binnen welke termijn beroep kan worden ingesteld. Het ontbreken hiervan leidt in beginsel tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, tenzij aannemelijk is dat appellant tijdig wist van de termijn. In deze zaak is die uitzondering niet van toepassing, omdat appellant wel pogingen heeft gedaan om duidelijkheid te verkrijgen over de beroepstermijn, maar deze niet tijdig heeft ontvangen.
Daarom oordeelt de Afdeling dat het college ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het college wordt verplicht het beroep alsnog in behandeling te nemen en inhoudelijk te beslissen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.