ECLI:NL:RVS:2023:4547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Oostenrijk
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de voorgenomen overdracht aan Oostenrijk op 7 december 2023 zou voorkomen, zolang het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag loopt. De staatssecretaris had de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, en de rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarbij werd meegewogen dat de verantwoordelijkheid van Oostenrijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming is vastgesteld op grond van de Dublinverordening en dat de overdrachtstermijn op 7 december 2023 verstrijkt. Tevens werd overwogen dat de overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft, omdat de vreemdeling vanuit Oostenrijk teruggeleid kan worden naar Nederland indien dat noodzakelijk blijkt.
Op basis van deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. J.Th. Drop op 6 december 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Oostenrijk wordt afgewezen.