ECLI:NL:RVS:2023:454
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verleende uiteindelijk op 30 juni 2022 de vergunning, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging in hoger beroep, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe rechtsvragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisten.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee is het beroep definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.