ECLI:NL:RVS:2023:4538
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid en schadevergoeding bij aangepast leerlingenvervoer voor twee kinderen
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees aanvragen voor aangepast leerlingenvervoer voor twee kinderen van appellante af of kende slechts beperkte voorzieningen toe. De rechtbank vernietigde deze besluiten, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat voor zoon ook voor het schooljaar 2021/2022 aangepast vervoer had moeten worden toegekend, gelet op medische adviezen van de GGD. Voor dochter werd het beroep op aangepast vervoer afgewezen, maar de Afdeling vond dat de hardheidsclausule wel toegepast had moeten worden vanwege persoonlijke omstandigheden van appellante.
De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraken voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten, herroept de besluiten van juni en juli 2021 en treedt zelf in de plaats van de vernietigde besluiten. Tevens wordt appellante een schadevergoeding van €1.773,94 toegekend voor gemaakte reiskosten, terwijl het verzoek tot vergoeding van studievertraging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere besluiten worden herroepen en appellante ontvangt een schadevergoeding van €1.773,94.