ECLI:NL:RVS:2023:4524
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische en sociale noodzaak
Appellante, afkomstig uit Eritrea, woont sinds 2019 met haar zoon in een kleine studio van 25 m2 in Badhoevedorp. Zij verzocht om een urgentieverklaring vanwege de beperkte woonruimte en de impact daarvan op haar en haar zoon, waaronder gebrek aan privacy en concentratiemogelijkheden voor schoolwerk. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer wees dit verzoek af op grond van de Huisvestingsverordening 2018, omdat er geen sprake was van een levensontwrichtende woonsituatie die een dringende verhuizing rechtvaardigt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het medisch advies waarop het college zich baseerde niet objectief en onvoldoende inzichtelijk was, en dat het college en de rechtbank ten onrechte geen besluit namen over dwangsommen wegens te late besluitvorming. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het medisch advies en de onderliggende stukken zorgvuldig getoetst en geoordeeld dat het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, begrijpelijk is en dat de conclusie dat er geen acute medische noodzaak tot verhuizing is, voldoende gemotiveerd is.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het college de belangen van het kind van appellante conform artikel 3 van Pro het IVRK heeft betrokken. Het verzoek om een beslissing over dwangsommen faalde omdat appellante geen apart beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen en geen ingebrekestelling had gedaan conform de Awb. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.