ECLI:NL:RVS:2023:4399
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Benek
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgtoeslag 2019 en fictieve stamrechtuitkering buiten beschouwing laten
De zaak betreft de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag over 2019 voor een belanghebbende die in 2009 een ontslagvergoeding ontving en deze onderbracht in een stamrecht-B.V. De belanghebbende had geld geleend van deze stamrecht-B.V., waardoor een belastingschuld ontstond. Om deze schuld af te lossen, werd een regeling getroffen waarbij fictieve uitkeringen werden opgenomen in het inkomen, wat leidde tot een hogere berekening van het toetsingsinkomen voor de zorgtoeslag.
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het recht op zorgtoeslag vast op basis van het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen inclusief de fictieve uitkering, en vorderde een te veel betaalde voorschot terug. De rechtbank oordeelde dat vanwege bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel de fictieve uitkering buiten beschouwing moest blijven bij de berekening van de zorgtoeslag.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte het evenredigheidsbeginsel contra-legem heeft toegepast. De wetgeving schrijft dwingend voor dat het toetsingsinkomen gebaseerd is op het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen, inclusief fictieve uitkeringen. Bovendien heeft de belanghebbende door de lening vanuit de stamrecht-B.V. in eerdere jaren een hoger bedrag aan zorgtoeslag ontvangen, waardoor het nadeel relatief is. Na een nieuwe vaststellingsovereenkomst is de belanghebbende inmiddels schuldenvrij.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Het verzamelinkomen inclusief de fictieve uitkering blijft daarmee bepalend voor de zorgtoeslag 2019.
Uitkomst: Het beroep van de Belastingdienst/Toeslagen wordt gegrond verklaard en het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard; het verzamelinkomen inclusief fictieve uitkering blijft bepalend voor de zorgtoeslag 2019.