ECLI:NL:RVS:2023:4357

Raad van State

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
202306170/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vreemdeling in bewaring gesteld: proceskostenvergoeding toegewezen in hoger beroep

Bij besluit van 31 augustus 2023 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep door de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde, maar dat zij onterecht had nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Er was immers sprake van een gebrek in het voortraject. De Afdeling vernietigde daarom dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep.

De rest van de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De proceskostenvergoeding aan de vreemdeling bedroeg € 2.511,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard en het vonnis gedeeltelijk vernietigd.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.511,00.

Uitspraak

202306170/1/V3.
Datum uitspraak: 27 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 september 2023 in zaak nr. NL23.25602 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 22 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Wat de vreemdeling in grieven 1 en 3 heeft aangevoerd leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 4.1 en 4.2 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       In grief 2 klaagt de vreemdeling terecht dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat zij de staatssecretaris had moeten veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten. Het is immers niet in geschil dat er sprake is van een gebrek in het voortraject. De Afdeling verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 3 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1498, onder 2.2.
3.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, voor zover de rechtbank de staatssecretaris daarin niet heeft veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van het beroep van de vreemdeling. De uitspraak wordt voor het overige bevestigd. De staatssecretaris moet de proceskosten die de rechtbank in beroep ten onrechte niet heeft toegekend en de proceskosten voor het hoger beroep vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 22 september 2023 in zaak nr. NL23.25602, voor zover de rechtbank de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet heeft veroordeeld tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten;
III.      bevestigt de uitspraak voor het overige;
IV.     veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.511,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2023
47-1085