ECLI:NL:RVS:2023:4324
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende urgent huisvestingsprobleem
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring af op grond van het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem. Appellant woont met vijf kinderen in een driekamerappartement van 62 m2 en stelt dat de situatie onhoudbaar is voor de psychische en fysieke gezondheid van zijn kinderen.
Het college handhaafde het besluit op bezwaar, stellende dat het ruimtegebrek geen urgent huisvestingsprobleem oplevert omdat appellant een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft voor een zelfstandige woning. Bovendien werden na intrek van appellant nog drie kinderen geboren zonder dat passende woonruimte beschikbaar was, wat als een redelijkerwijs te voorkomen huisvestingsprobleem wordt aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het college zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen en dat internationale verdragsbepalingen zoals het IVRK geen direct toepasbare normen bevatten die het oordeel zouden kunnen beïnvloeden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten worden niet aan appellant toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; afwijzing urgentieverklaring bevestigd.