ECLI:NL:RVS:2023:4230
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke invordering dwangsommen wegens onrechtmatige bewoning bedrijfswoning niet gegrond verklaard
Het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand legde dwangsommen op wegens het onrechtmatig bewonen van een bedrijfswoning door een persoon zonder binding met het agrarisch bedrijf. De rechtbank oordeelde dat de bewoning in strijd was met het bestemmingsplan en verklaarde het beroep van wederpartij tegen de invordering van de dwangsommen gegrond.
In hoger beroep stelde het college dat de overtreding onherroepelijk vaststond en dat de bewoning niet noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de arbeidsovereenkomst van 10 uur per week onvoldoende aantoonde dat bewoning noodzakelijk was. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de bewoning noodzakelijk was.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en herstelde het besluit van het college. Tevens wees zij het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure niet langer dan vier jaar duurde.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij tegen het invorderingsbesluit van dwangsommen wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college herleeft.