ECLI:NL:RVS:2023:4213

Raad van State

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
14 november 2023
Zaaknummer
202306742/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en overdracht vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 september 2023 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 oktober 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat de beoordeling van de grief nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorzieningsprocedure niet geschikt is. Gezien de belangen van de vreemdeling wordt besloten een voorlopige voorziening te treffen. De vreemdeling mag niet worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt en krijgt recht op opvang en verstrekkingen.

Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2023 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202306742/2/V3.
Datum uitspraak: 15 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 26 oktober 2023 in zaak nr. NL23.29027 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 26 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       De beoordeling van de grief vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en de belangen die de vreemdeling naar voren heeft gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023
347-1017