ECLI:NL:RVS:2023:4210
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugkeerbesluit en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling bij besluit van 10 april 2023 opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en bij besluit van 16 april 2023 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep tegen het terugkeerbesluit onterecht was, omdat de vreemdeling ondanks zijn vertrek naar India belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bevestigt echter de uitspraak van de rechtbank over de vrijheidsontnemende maatregel en acht deze niet onrechtmatig. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt inhoudelijk ongegrond verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak over de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.