ECLI:NL:RVS:2023:4202
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 13 april 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris aan dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland had verlaten en de gemachtigde van de vreemdeling bevestigde dat er geen contact meer was. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en daardoor geen belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 13 november 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.