ECLI:NL:RVS:2023:4200
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 17 maart 2021 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 30 augustus 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 2 februari 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de hoorplicht niet had geschonden. De staatssecretaris erkende dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat de vreemdeling in beroep alsnog zijn belangen had kunnen inbrengen, maar dit rechtvaardigde volgens de Afdeling geen passering van de hoorplicht in bezwaar.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 30 augustus 2021 en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag verblijfsvergunning niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.