ECLI:NL:RVS:2023:4139
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende urgentie woonprobleem
Appellante woont met zes kinderen in een appartement van 67 m2 en heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege de te kleine woonruimte, wat volgens haar leidt tot leerachterstanden bij haar kinderen.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees de aanvraag af omdat te klein wonen volgens de Huisvestingsverordening geen urgent huisvestingsprobleem vormt en appellante haar gezin na intrek heeft uitgebreid, waardoor zij het woonprobleem had kunnen voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad acht de motivering van het college en de rechtbank voldoende en wijst de bezwaren van appellante af, waaronder haar beroep op het IVRK en het EVRM.
De Raad ziet geen aanleiding voor vernietiging en bevestigt dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens onvoldoende urgentie van het woonprobleem.