ECLI:NL:RVS:2023:4067
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel en veroordeling proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 16 maart 2022 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juli 2022 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarbij verwees de Afdeling naar een eerdere uitspraak over het onderdelenvereiste in iMMO-rapporten.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 2 november 2023.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.