ECLI:NL:RVS:2023:4009
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen
De vreemdelingen hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 23 september 2019 afgewezen en het bezwaar daarop op 7 december 2020 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond verklaard.
De vreemdelingen stelden in hoger beroep onder meer dat de rechtbank ten onrechte hun beroepsgronden over het vereiste van niet onttrekken aan toezicht volgens paragraaf B9/6.5 onder c van de Vc 2000 niet had meegewogen. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank onterecht aannam dat in deze procedure hetzelfde toezichtvereiste vaststaat als in een eerdere procedure, maar dat de staatssecretaris in zijn besluit wel degelijk inhoudelijk op deze gronden is ingegaan en dat dit standpunt niet onjuist is.
Verder klaagden de vreemdelingen over de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro, met name over de rol van de oorlogssituatie in Armenië. De Afdeling stelt vast dat de staatssecretaris deze situatie wel degelijk heeft betrokken bij de belangenafweging en dat het niet toekennen van doorslaggevende betekenis aan deze omstandigheid niet onredelijk is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.