ECLI:NL:RVS:2023:3985
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenprocedure
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en diende een verzoek om een voorlopige voorziening in om uitzetting te voorkomen totdat op een nieuw asielverzoek was beslist. De staatssecretaris annuleerde de voorgenomen uitzetting nadat de vreemdeling nieuwe feiten en omstandigheden had ingebracht.
De vreemdeling trok vervolgens het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding. De voorzieningenrechter overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen. In dit geval was sprake van gewijzigde omstandigheden die aan de vreemdeling toe te rekenen zijn, omdat het nieuwe asielverzoek pas na bekendmaking van de vluchtgegevens werd ingediend.
Daarom bestond geen aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd dan ook afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 oktober 2023.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de annulering van de uitzetting voortkomt uit aan de vreemdeling toe te rekenen gewijzigde omstandigheden.