ECLI:NL:RVS:2023:3934
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting begane grond woning wegens drugsvondst in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam heeft op 12 april 2021 besloten de begane grond van een woning aan een locatie in Rotterdam voor zes maanden te sluiten nadat de politie bij een onderzoek 8,6 gram MDMA-kristallen, hennep, een XTC-tablet, gripzakjes en een grammenweegschaal aantrof. De woning is opgesplitst in twee delen; de eigenaar woonde op de begane grond en verhuurde de eerste etage.
Na handhaving van het besluit in bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit bevestigde, stelde de eigenaar hoger beroep in bij de Raad van State. De eigenaar voerde aan dat de burgemeester ten onrechte de sluiting noodzakelijk achtte en dat de sluiting niet evenwichtig was, mede omdat hij geen verwijt treft en de aangetroffen drugs een lage straatwaarde hadden.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk was gezien de handelshoeveelheid harddrugs, de aanwezigheid van weegschalen en gripzakjes, de ligging in een kwetsbare wijk en eerdere vondst van een hennepkwekerij op de eerste etage. Ook is de sluiting evenwichtig omdat de eigenaar toezicht had moeten houden, geen concrete afspraken met zijn neef maakte en de nadelige gevolgen van de sluiting niet onevenredig zijn.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de begane grond van de woning voor zes maanden wegens de aangetroffen harddrugs.