ECLI:NL:RVS:2023:3895

Raad van State

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
202204432/1/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AVGArt. 9 AVGArt. 8:67 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing klacht tegen Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekering door Autoriteit Persoonsgegevens

Appellant diende een klacht in bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekering (SKGZ), die deze niet in behandeling nam. Vervolgens richtte appellant zich tot de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) met een klacht over deze afwijzing. De AP besloot de klacht niet in behandeling te nemen en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.

De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat de AP terecht de klacht had afgewezen, met verwijzing naar de artikelen 6 en 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Appellant voerde geen nieuwe gronden aan om het oordeel van de rechtbank te betwisten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat de AP geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard ondanks dat het beroepschrift twee dagen na de termijn was ontvangen, omdat niet kon worden uitgesloten dat het tijdig was gepost.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202204432/1/A3.
Datum uitspraak: 11 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 23 mei 2022 in zaak nr. 21/5271 in het geding tussen:
[appellant]
en
Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP).
Openbare zitting gehouden op 11 oktober 2023 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer.
griffiers: mr. F.B. van der Maesen de Sombreff en mr. drs. C.D. Westerbaan
Verschenen:
[appellant] en AP, vertegenwoordigd door mr. J.M.A. Koster en mr. A. Karimi.
====================================
Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de AP besloten de klacht van [appellant] tegen de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekering (SKGZ) niet in behandeling te nemen.
Bij besluit van 18 november 2021 heeft de AP het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 mei 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3088, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen gemaakte beroep ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
- Over de door de AP aan de orde gestelde ontvankelijkheid van het hoger beroep overweegt de Afdeling het volgende. Weliswaar is het hoger beroepschrift twee dagen na de laatste dag van de wettelijke termijn voor het indienen van het hoger beroep bij de Raad van State ingekomen, maar, gelet op het verhandelde ter zitting, kan niet worden uitgesloten dat het hoger beroepschrift binnen die termijn, dus tijdig, ter post is bezorgd. De Afdeling acht het hoger beroep daarom ontvankelijk.
- De SKGZ heeft een klacht van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] dient vervolgens hierover een klacht in bij de AP. De AP besluit deze klacht niet in behandeling te nemen. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de artikelen 6 en 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, geoordeeld dat de AP terecht de klacht heeft afgewezen.
[appellant] heeft geen gronden aangevoerd waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5 tot en met 7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
Het hoger beroep is daarom ongegrond. De AP hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g.Van der Maesen de Sombreff
griffier
190-1050