Uitspraak
Datum uitspraak: 25 oktober 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
2. [appellante sub 2], gevestigd te Hoogeveen, en anderen,
appellanten,
[…]."
voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen verleende op 24 april 2020 een omgevingsvergunning aan appellant sub 1 voor het realiseren van 16 appartementen op een perceel in Hoogeveen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit van 1 april 2021 en herroept het besluit van 24 april 2020 wegens strijd met het bestemmingsplan, met name omdat woningen gericht zijn op stegen, wat niet is toegestaan.
Appellant sub 1 stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellante sub 2 en anderen incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan in strijd is met artikel 7.4, aanhef en onder d, van de planregels omdat woningen zijn gericht op stegen. Andere bezwaren, zoals strijd met artikel 7.1 en 7.2.1, werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd of aan het Bouwbesluit 2012 werd voldaan.
De Afdeling stelde vast dat het college de omgevingsvergunning terecht kon verlenen met een gecombineerde toepassing van artikel 4, aanhef en onderdelen 1 en 9, van bijlage II van het Bor. De rechtbank had ten onrechte zelf in de zaak voorzien door het besluit van 24 april 2020 te herroepen. Het besluit van 15 maart 2023 werd vernietigd omdat het was genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak. Er werd een voorlopige voorziening getroffen en het hoger beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep ongegrond. Proceskosten werden deels toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van 15 maart 2023 wordt vernietigd en het besluit van 24 april 2020 wordt geschorst en herroepen.