ECLI:NL:RVS:2023:3822
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 17 april 2023 besloten een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. Dit besluit werd op 3 mei 2023 ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het niet-behandelingsbesluit gegrond en beval opname in de nationale asielprocedure.
De staatssecretaris en de vreemdeling stelden beiden hoger beroep in tegen deze uitspraak. Inmiddels heeft de staatssecretaris op 24 juli 2023 bevestigd dat de asielaanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld, waardoor het belang bij verdere behandeling van het hoger beroep ontbreekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat, hoewel bestuursorganen doorgaans belang hebben bij hoger beroep wegens precedentwerking, dit in deze zaak niet het geval is omdat de centrale vraag van de Dublinprocedure niet meer ter discussie staat. De Afdeling ziet daarom af van inhoudelijke beantwoording van de vragen over de termijn van behandeling.
Uiteindelijk verklaart de Afdeling het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en incidenteel hoger beroep worden niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.