ECLI:NL:RVS:2023:3813
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken dwangsom bij niet tijdig besluit vreemdelingenasiel
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het niet tijdig genomen besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen het ontbreken van een rechterlijke dwangsom in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom heeft verbonden aan haar uitspraak, terwijl artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dit vereist wanneer nog geen besluit is genomen.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de dwangsom ontbreekt, legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de zaak als licht aangemerkt vanwege de beperkte aard van het geschil.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het ontbreken van een dwangsom, en de staatssecretaris wordt een dwangsom en proceskosten opgelegd.