ECLI:NL:RVS:2023:3691
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing natuurvergunning wijziging melkveehouderij in Overijssel
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 18 september 2020 een natuurvergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij aan een locatie in Hasselt. De vergunning betrof het houden van 59 melk- en kalfkoeien en 40 jongvee in reguliere stalsystemen. De rechtbank Overijssel vernietigde deze vergunning op 11 mei 2022 omdat het college de emissies door het beweiden van vee niet had beoordeeld.
Het college stelde in hoger beroep dat geen natuurvergunning nodig was indien significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden konden worden uitgesloten en betwistte de rechtbanksbeoordeling over het salderen van emissies en de omvang van de referentiesituatie. MOB en Leefmilieu stelden dat de emissiefactoren voor de referentiesituatie te hoog waren vastgesteld omdat de bedrijfsvoering sinds 1994 was gewijzigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte niet had gesaldeerd met mestemissies, maar dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de referentiesituatie moest worden vastgesteld op basis van feitelijk gebruik en planologisch regime. De Afdeling bevestigde dat de emissiefactoren van het moment van aanvraag mogen worden gebruikt en verwierp het betoog van MOB en Leefmilieu over een toegestane emissiegroei.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, maar omdat het college de vernietiging van de vergunning niet bestreed, moet het een nieuw besluit nemen. Het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu werd ongegrond verklaard. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond; het college moet een nieuw besluit nemen.