ECLI:NL:RVS:2023:3472
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorschrift exploitatievergunning grillroom wegens disproportionele beperking bewegingsvrijheid
Appellanten A en B vroegen op 18 februari 2019 een exploitatievergunning aan voor een grillroom in Utrecht. De burgemeester verleende deze vergunning onder voorwaarden, waaronder het verbod voor appellant B om zich in het horecabedrijf te bevinden, vanwege vermoedens van strafbare feiten in verband met belastingwetgeving.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten tegen de voorschriften ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat er geen samenhang is tussen de strafbare feiten en de aangevraagde exploitatie, dat de voorschriften onredelijk en onevenredig zijn, en dat het verbod op aanwezigheid in de grillroom disproportioneel is.
De Afdeling oordeelt dat de burgemeester terecht voorschriften mocht verbinden gericht op het voorkomen van bemoeienis van appellant B met de bedrijfsvoering en controle van financiële gegevens, gezien de onherroepelijke vergrijpboetes en het recente tijdsverloop. Echter, het verbod op aanwezigheid in de grillroom is niet effectief in het beperken van het gevaar en vormt een te grote inbreuk op de bewegingsvrijheid van appellant B. Dit voorschrift wordt daarom vernietigd.
De overige voorschriften blijven gehandhaafd. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de burgemeester voor zover het verbod op aanwezigheid betreft, en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het voorschrift dat appellant B de grillroom niet mag betreden wordt vernietigd, overige voorschriften blijven gehandhaafd.